“Weet je wat ik het fijnste vindt aan paarden?”

Het meisje zweeg even en luisterde. Ik ging verder-

“Het fijnste aan paarden vind ik dat ze mij altijd vergeven – wat er ook gebeurt.”

Het meisje dacht zichtbaar na en haar handen ontspanden zich, haar ademhaling veranderde en zij begon het grote zwarte paard te aaien. Ze leunde tegen het paard en omhelsde hem en het paard omhelsde haar terug. Hij legde zijn hoofd gebogen naar beneden om haar schouder.

Dit paard, een zoon van de Friese hengst Time, is nog jong, hengst en heeft weinig ervaring als coachpaard. Hij is wat je zou kunnen noemen een ‘onbeschreven blad’. Dat betekent dat hij onstuimig, eigenwijs, knap en briljant is. Hij staat niet bekend als mak, toegeeflijk of zelfs bijzonder open.

Het jonge meisje is vergelijkbaar. Ze is briljant, ze kan gewelddadig zijn en oh echt ontzettend lastig. Ze heeft een medisch en psychiatrisch dossier dat zelfs de experts bij Jeugdzorg verbijstert.

Het kind arriveerde op mijn kleine rustige boerderij, verscholen op het platteland in Groningen, in een roller coast van gemengde emoties die zich uitten in de overtuiging dat er slechte mensen waren die haar pijn wilden doen en dat ze hard moest vechten om veilig te zijn. Het ene moment vloekte ze en gooide ze met dingen en het volgende moment werd ze overmand door haar tranen.

Zelfs voor mij – met 2 jaar ervaring als coach – zou het op een behoorlijke intense dag worden die woensdagmiddag.

Ik had het meisje meegenomen naar het weiland waar mijn kudde rustig stond te grazen tussen de bomen. We praatten en bekeken de paarden op een afstandje. Ze pakte takjes op en sloeg daarmee op de fruitbomen als een soort drum. Het drummen helpt haar altijd. Drummen helpt mensen reguleren al sinds we vuur ontdekten, zo’n 400.000 jaar geleden.

Toen we dichter bij de kudde kwamen begon het meisje ineens weer te worstelen, ik zag haar spanning toenemen en ze besloot mijn jonge hengst een halster om te willen doen.

Ze heeft dit eerder gedaan – ze benadert het paard altijd rustig en geeft hem een ​​klopje op zijn wang – niet om hem pijn te doen, maar om hem te verrassen. Ze lacht als het paard verrast achteruit springt. Soms, zoals ze vandaag niet deed, springt ze agressief naar het paard toe terwijl ze schreeuwt en gespannen kijkt naar de geschrokken reactie van het paard.

Elke eerstejaars student psychologie zou kunnen vertellen dat dit een kind is dat zich bedreigd en machteloos voelt en gewoon op zoek is naar een moment waarop ZIJ de macht heeft om te intimideren en dat HAAR macht juist angst creëert. Het is hartverscheurend als je erover nadenkt, maar het neurologische leven van dit meisje – ondanks ontzettend lieve ouders die naar de uiteinden van de wereld gaan voor hun kind – kenmerkt zich vaak door de doodsbange en beangstigende ruimte in haar hoofd.

Ik heb uiteraard ook de experts geraadpleegd en mijn eigen vaardigheden doorgenomen om een ​​manier te bedenken hoe dit specifieke gedrag te verbeteren.

Als paardencoach kan ik haar gedrag negeren alszijnde een tactiek. Het is namelijk duidelijk gedrag dat altijd de aandacht krijgt van iedereen in haar buurt. Ik heb geprobeerd een gesprek met haar te voeren en het uit te vragen: “Wat is er met je aan de hand? Hoe denk je dat het voor het paard is als je zo doet?” Ik heb ook geprobeerd het om te buigen, zachtaardig gedrag te modelleren en haar elke keer als ze lief is voor een dier haar te belonen.

“Ik dacht na over de oorzaak van het probleem – over het gevoel geen controle te hebben, of niet gehoord of gezien te worden. Over het begrijpen dat anderen ook angst voelen.”

Aan al onze morele en mentale factoren heb ik gedacht – aan de kritische omgeving, aan zelfverdediging – aan hoe echt compassie voelt en aan het verschil tussen tolerantie en acceptatie.

En dit is wat ik toen tegen haar zei:

“Weet je wat ik fijnste vind aan paarden?”

Het meisje zweeg even en luisterde. Ik ging door –

“Het fijnste aan paarden vind ik dat ze me altijd vergeven – wat er ook gebeurt.”

Het meisje dacht na en haar handen ontspanden zich, haar ademhaling veranderde en ze begon het paard te aaien. Ze stopte en leunde tegen het paard en omhelsde hem. Het paard omhelsde haar terug.

En toen kwam het allermooiste. Ze draaide zich om, keek op naar het grote paard en zei:

“’Weet je wat, Caroline? Dit paard is net als mijn mama. Zij vergeeft mij ook altijd…!”